Verhaal van de maand

Fragment 1 uit "Gestalkt"


Onderstaand het eerste fragment van het nieuwe boek "Gestalkt", dat in het voor jaar van 2011 verschijnt. Het eigenlijke verhaal gaat over Sylvia die op een niet prettige manier benaderd wordt door een haar onbekend iemand. Het geplaatste fragment speelt zich af in haar stamcafé.



Om elf uur fietsen ze samen naar hun eigen stamcafé, de Zwarte Raaf. Bij binnenkomst worden ze met gejuich begroet. Bijna de halve klas is aanwezig. Onmiddellijk worden er twee stoelen bijgesleept. Oud klasgenoot Jacco komt er al met twee colaatjes aan en zet ze bij de nieuwkomers neer. Voor zichzelf heeft hij een pilsje meegenomen.

’Op het Weggemans College,’ schreeuwt hij. ‘Op klas 4A en op alle mooie meiden.’ Hij steekt zijn eigen glas omhoog en kijkt met een begerige blik naar Sylvia, die voorzichtig van haar glas nipt. Enkele jongens lachen. Meelopers zijn het, weet Sylvia. Vooral Remco en Harmjan. Ze vindt ineens dat de klas niet meer zo leuk is als ze eerst dacht. Jacco, die schreeuwerige vent die altijd pret maakt ten koste van anderen. Ze is blij dat hij niet meer in haar klas zit. Vorig schooljaar werd hij door twee heren uit de klas gehaald. Later hoorde ze dat het politieagenten in burger waren. Ze hadden hem meegenomen naar het bureau om hem te ondervragen over een aantal inbraken die bij hem in de buurt waren gepleegd. Zijn opvallend gedrag was meerdere buurtgenoten opgevallen. Jacco bekende al snel dat hij geld had gestolen uit de huizen waarvan de mensen niet thuis waren. Hij was goed op de hoogte. Natuurlijk was hij goed op de hoogte. Sommige woningen had hij vanuit zijn zolderkamer geobserveerd, bleek later. Met een verrekijker zag hij waar sommige mensen de sleutel van hun achterdeur neerlegden. Wat een geraffineerde boef. Hij kreeg drie maanden gevangenisstraf. Bovendien werd hij van school gestuurd. Ze begrijpt niet waarom ze ooit verkering met hem had. Ze zou er nu niet meer aan moeten denken. Bah, wat een miezerige achterbakse vent, denkt ze. Ze kijkt hem minachtend aan en zet het glas terug op het tafeltje.
‘Ik hoef het niet.’
‘Wat niet. Die cola niet?’ Jacco kijkt haar aan.
‘Ja, het smaakt me niet.’
‘Anders ben je er ook nooit vies van.’ Hij schuift het tafeltje opzij en gaat voor haar staan. ‘Ik zeg, anders ben je er ook nooit vies van.’ Hij pakt het glas weer op en houdt het haar voor.
‘Drink op.’ Het klinkt dreigend.
‘’Drink op, zeg ik.’
‘Doe even normaal zeg.’ Irma is nu ook opgestaan. Ze loopt op Jacco af. ‘Als Sylvia niet wil drinken is het haar beslissing, oké?’
‘Laat haar met rust Jacco. Je ziet toch dat ze het niet wil.’ Ahmed legt zijn arm op Jacco’s schouder. ‘Kom Jacco, ga zitten.’
Sylvia kijkt Ahmed dankbaar aan.
‘Bemoei jij je er ook al mee, asielzoeker.’ Jacco maakt een slaande beweging naar Ahmed.
Ahmed laat Jacco los en gaat dreigend voor hem staan, maar wordt op datzelfde moment achteruit getrokken door Johan, de barman, die het opstootje al een poosje gadesloeg.
‘Nu is het genoeg, Jacco. Kom maar even bij mij aan de bar zitten. Krijg je een colaatje van me.’
Onder zachte dwang neemt de barman Jacco mee. Deze werpt nog één keer een verwijtende blik op Sylvia, maar loopt verder rustig mee.